Voor
personen
(eerder gepubliceerd in Buitenspoor, 2024)
Het was november en ik liep door de stad, peinzend over de januari-Eenpitter.
Iedereen verkocht ineens crompouces. De oliebollenkraam gelukkig niet. Die verkocht gewoon oliebollen. Maar wel met gele room en roze glazuur. En wafels, met roze glazuur en gele room.
Leuke kleuren, maar je tanden gaan er wel van krullen. Dus dat moest anders.
Prak 200 gram feta fijn. Snijd 500 gram gekookte biet in kleine blokjes, en meng dat met de feta, het vocht van de bietjes, en een scheut volle yoghurt.
Hak 1 grote ui klein, roer één kwart door de bietensla, en fruit de rest rustig glazig in een plens olie, samen met 2 teentjes knoflook, 1 groene peper en 2 vingerkootjes gemberwortel (allemaal ook fijngehakt).
Snijd intussen 1 gele paprika in kleine blokjes.
Roer 2 volle theelepels hindoestaanse massala (of ander kerriepoeder) door het uimengsel, en bak door tot de geur loskomt.
Zet het vuur laag, roer er de paprika door, en laat het geheel, met het deksel op de pan, rustig garen. Breng op smaak met wat zout.
Misbruik een kampvuur als broodrooster voor 2 volkorenpita’s.
Vul de pita’s met het gele mengsel, en dien op met de roze bietensla ernaast.
Heb je erge honger (of ben je met meer dan twee personen), rooster dan nog twee pita’s. Vulling genoeg...