(eerder gepubliceerd in Buitenspoor, 2003)
Soep schijnt de eigenschap te hebben, vlug een ‘gevuld gevoel’ te geven. Soep als ‘entree’ gebruiken, betekent dat je minder eet van het daarna volgende. Dat gevoel kunnen we ook gebruiken om een lekkere, tot tevredenheid strekkende, maaltijd te maken.
Onderweg moet je bij een ‘supère’ of ‘Casino’ het volgende inslaan:
- 500 gr sperziebonen (het gewicht na het schoonmaken)
- 2-3 middelgrote aardappelen
- een takje bonenkruid of anders een theelepeltje gedroogd idem
- 1,5 l bouillon (drie tabletten)
- 2-3 eetlepels bloem ( maizena mag ook)
- bekertje zure room (sour cream)
- 250 gr pittige oude kaas in dobbelsteentjes
- wat gehakte peterselie
- peper en zout naar eigen smaak
We beginnen met het maken van de bouillon.
Laat die maar lekker op temperatuur komen en ondertussen kunnen de sperziebonen in stukjes gebroken/gesneden worden. Ook de aardappels kunnen behandeld worden. Schillen, pitten, snijden tot dobbelsteentjes.
Ze kunnen beide meteen in de bouillon samen met het bonenkruid.
Dit geheel ongeveer 15-20 min. laten koken. Dan gaat de bloem erdoorheen. Goed roeren ter voorkoming van klontjes en nog 5 min. door laten koken.
De hele kooktijd is ook afhankelijk van je eigen smaak: alles beetgaar of praktisch tot moes.
Van het vuur af, de zure room erdoor roeren en meteen daarna de kaasdobbelsteentjes erdoor.
Op het bord of in de mok de peterselie erover strooien.