(eerder gepubliceerd in Buitenspoor, 2008)
Met deze combinatie van doodgewone Nederlandse producten maak je een lekkere warme, voedzame winterpot.
Voor 2 personen:
- 4 flinke aardappelen of 2 zakjes aardappelpuree
- beetje (vloeibare) boter en wat melk
- zout, peper, nootmuskaat
- 400 gram spruitjes
- 2 flinke plakken bloedworst
- 1 grote appel (bij voorkeur goudreinet)
Maak puree van de aardappelen, een beetje boter en melk en breng de puree op smaak met zout, peper en nootmuskaat (of gebruik de ‘zakjespuree’).
Kook de spruitjes zonder zout (beet)gaar en maak van de puree en de spruitjes een spruitjesstamppot. Warm houden in de slaapzak.
Was de appel, boor het klokhuis eruit en snijd de appel – ongeschild – in niet te dikke plakken. Bak de bloedworst enkele minuten aan beide kanten. Haal de worst uit de pan en leg die op de spruitjespuree. Bak de appelschijven in het bakvet van de bloedworst tot ze lichtbruin verkleuren. Leg dan de gebakken appel op de bloedworst en de winterkost kan worden opgediend.
Tip:
Uiteraard kan deze maaltijd ook in de zomer worden klaargemaakt. Spruitjes zijn dan mogelijk wel te krijgen, maar lang niet zo lekker als in de winter. “Over spruitjes moet de vorst zijn gegaan”, zegt mijn oude moeder en wat mij betreft heeft ze gelijk!
Maak in de zomer een stamppotje met bijvoorbeeld andijvie. De bloedworst met appel past daar ook prima bij.