(eerder gepubliceerd in Buitenspoor, 2013)
Zorg dat je minstens 500 gram schoongemaakte tuinbonen overhoudt. Was ze en kook de bonen gaar in een liter water waaraan je twee groentebouillonblokjes toevoegt. Intussen snijd je een tak platte peterselie heel fijn en 100 gram katenspek in reepjes.
Ik ga er even van uit dat je geen staafmixer of keukenmachine bij de hand hebt in je tentje (of kampeerwagen). Schep dan de tuinboontjes wanneer ze gaar uit de bouillon en prak ze met een vork zo fijn mogelijk. Terug in de bouillon samen met de peterselie en even roerend aan de kook brengen.
Roer, van het vuur af, 75 gram blauwschimmelkaas door de soep en breng de soep op smaak met peper. Zout zal niet nodig zijn, omdat de bouillon en de kaas al zout bevatten.
Verdeel de reepjes katenspek over 2 borden en schenk er de soep over. Verkruimel de rest van de kaas over de soep.
Lekker met een goede dikke snee bruin brood.